SilicaHorse en vloeibaar Silicium, hoe werkt dat nou?

Silicium in SilicaHorse, wat doet dat met uw paard?

Veel van de voornaamste klachten bij paarden zijn gerelateerd aan hoeven en gewrichten. Veelal is dat een gevolg van een tekort aan silicium (b.v. brokkelhoeven, scheur in de hoornwand ) of een gevolg van een ontsteking die veroorzaakt wordt door bacteriën/schimmels (b.v. rotstraal, white line desease ). Hieronder wordt ingegaan op de werking van SilicaHorse (silicium) en Anti-rotstraal (bacteriën). Later wordt, voor de meer geïnteresseerde lezer, in detail ingegaan op het mineraal silicium en het effect van silicium op het lichaam van mens en dier

Silicium en hoeven

De hoeven van een paard groeien ongeveer 0,9 cm per maand. Met een gemiddelde lengte van 9 – 11 cm , neemt het volgroeien van een hoef ongeveer 1 jaar in beslag. Hoeven bestaan onder meer  uit het eiwit keratine. Keratine neemt alle voedingsstoffen op en houdt vocht en vet vast in de hoef. Het zorgt voor de veerkracht en stevigheid van de hoef. Een storing van de keratine synthese vermindert het groeipercentage en hoeven hebben de neiging tot splijting. Silicium geeft bescherming aan het structuur gevende eiwit keratine.

Silicium en gewrichten/botten

Slijtage van de gewrichten wordt veroorzaakt door een degeneratie van het gewrichtskraakbeen. Het evenwicht tussen de opbouw en afbraak van het kraakbeen is verstoord. Dat is een gevolg van een combinatie van beschadiging van de gewrichten en normale slijtage. Soms is de kraakbeenslijtage zo sterk dat ook het bot wordt aangetast. Hoe ouder een mens of dier wordt, hoe groter de kans is op slijtage van de gewrichten. De elasticiteit van het kraakbeen is van wezenlijk belang, want het beschermt de botten tegen de lichte schokjes die telkens door uw bewegingen worden veroorzaakt en het vergemakkelijkt de bewegingen van het ene bot(uiteinde) over het andere. Het ontstaan van artrose kan worden toegeschreven aan veroudering, telkens terugkerend letsel en voeding.

Om kraakbeen voortdurend te vernieuwen is één element van wezenlijk belang: silicium. Hoe ouder de mens en/of dier wordt, hoe moeilijker het wordt om silicium in het lichaam op te nemen en wat daar nog bijkomt is dat in de moderne voeding weinig opneembaar silicium aanwezig is. Silicium is van wezenlijk belang voor het aanmaken van collageenvezels die mede het kraakbeen vormen. Een tekort aan silicium betekent dus ook een tekort aan collageen en dat is nu juist de lijmstof die de moleculen van ons kraakbeen bijeen moet houden.

De opbouw van meer bindweefsel (meer collageen) heeft ten gevolge dat banden, kapsels en pezen sterker worden, alsmede ook het bot sterker wordt (grotere botdichtheid). Tevens is het bindweefselproteïne essentieel voor de flexibiliteit van het bot.

Dosering  

SilicaHorse wordt geleverd in flessen van 500 ml. en wordt gedoseerd met 1,5 ml per 100 kilogram paardgewicht. Een fles is derhalve goed voor de behandeling gedurende 2 maanden en leidt binnen die periode tot zichtbare resultaten.

Hoeven en bacteriën/schimmels  

Bacteriën en schimmels vallen pas op als de hoef stinkt. Bij rotstraal tasten de bacteriën eerst de middelste straalgroeve en de straalgroeven aan de zijkant aan. Bij de White Line Disease is het een combinatie van schimmels en bacteriën die via een scheur of andere beschadiging doordringen in de witte lijn.. Vanwege de sterk antibacteriële werking is SilicaHorse Anti-rotstraal een zeer adequaat middel tegen beide aandoeningen. Anti-rotstraal is milieu- en dier vriendelijk en heeft al binnen 1 week resultaat.

Silicium meer in detail

Het eerste gedeelte van deze verhandeling gaat over het mineraal silicium in z’n algemeenheid. Later wordt meer ingegaan op de werking bij paarden. En dan met name het effect dat silicium heeft op gewrichten.

Het mineraal Silicium

Silicium (chemisch symbool: Si; Engelse term: silicon) is na  zuurstof het meest voorkomende element op aarde. De aardkorst bestaat voor  27,7% uit silicium. Dit is aanzienlijk meer dan koolstof, dat slechts voor 0,0018% deel uitmaakt van de aardkorst. De meest voorkomende siliciumverbinding is SiO2 (siliciumdioxide ofwel kiezelzuur). De zouten van kiezelzuur zijn silicaten. Silicaten hydrolyseren in een waterige omgeving tot oligomere vormen van kiezelzuur.

Alleen de klein moleculaire vormen van kiezelzuur zijn biologisch opneembaar. Dit geldt voor plant, mens en dier. Vooral het mono-, di- en tri siliciumzuur is biologisch goed opneembaar. In het vervolg van dit informatieve stuk over silicium wordt met silicium de combinatie van mono-, di en tri siliciumzuur bedoeld.

Plankton als voorbeeld

Een overtuigend voorbeeld van het belang van silicium voor het plantenrijk vormt het plankton. Zo is 40% van het fytoplankton van het oligomeer siliciumzuur afhankelijk. De ééncelligen hebben een actieve siliciumstofwisseling nodig om in leven te blijven. En zonder silicium zou een groot deel van het fytoplankton verloren gaan, waarbij de volledige voedselketen in de oceaan verloren gaat.

Ook is het fytoplankton verantwoordelijk voor 40% van de zuurstofproductie op aarde, zodat de conclusie moet luiden dat zonder silicium sowieso geen leven op aarde mogelijk is.

Silicium en het lichaam

De eerste tekenen van een tekort aan silicium zijn meestal te vinden in de huid, haar (lees vacht bij paarden) en nagels (lees hoeven bij paarden). De huid en het haar verliezen hun kracht en elasticiteit en nagels worden kruimelig en breekbaar. Deze symptomen komen veelal voor bij ouderen, omdat de siliciumconcentratie in het bloed afneemt naarmate de jaren toenemen.
De suppletie van silicium houdende voeding doet dit effect teniet en haar, huid
en nagels zullen zichtbaar verbeteren.

Een meer ernstig verschijnsel dat ook met name het gevolg is van een silicium deficiëntie en dat tevens gepaard gaat met het ouder worden is artrose.

Artrose en gewrichten

Slijtage van de gewrichten wordt veroorzaakt door een degeneratie van het
gewrichtskraakbeen. Het evenwicht tussen de opbouw en afbraak van het kraakbeen is verstoord.

Dat is een gevolg van een combinatie van beschadiging van de gewrichten en normale slijtage. Soms is de kraakbeenslijtage zo sterk dat ook het bot wordt aangetast. Hoe ouder een mens of dier wordt, hoe groter de kans is op slijtage van de gewrichten.

Stram en stijf

Oudere mensen en dieren zijn vaak stram en stijf in de gewrichten, met name bij het opstaan. Een van de oorzaken is dat het zachte kraakbeen dat zich aan het uiteinde van een bot bevindt, is aangetast

Kraakbeen is het zachte elastische laagje in de gewrichten dat men aantreft bij bijvoorbeeld het eten van kip. Het is een rubberachtige, enigszins doorschijnende substantie.

Het lichaam is steeds in beweging. Het bewegingsapparaat en dus de gewrichtsfunctie bepaalt voor een belangrijk deel de vrijheid van bewegen. Problemen met het bewegingsapparaat kunnen dit functioneren ernstig beperken.

De elasticiteit

De elasticiteit van het kraakbeen is van wezenlijk belang, want het beschermt de botten tegen de lichte schokjes die telkens door uw bewegingen worden veroorzaakt en het vergemakke- lijkt de bewegingen van het ene bot(uiteinde) over het andere.

Kraakbeen is een uniek weefsel in het lichaam, doordat het geen bloedvaten en zenuwen bevat. Als gevolg daarvan is de toevoer van voedingsstoffen vaak onvoldoende.

Wanneer kraakbeen onder een microscoop wordt gelegd dan doet het denken aan een spons. Maar als het gewricht in rust is, is het kraakbeen gevuld met vloeistof. Op het moment dat het gewricht een schok te verwerken krijgt of door druk belast wordt, dan verdwijnt de vloeistof uit het kraakbeen, net alsof in een spons wordt geknepen die gevuld is met water.

Bij een gezond proces komt de vloeistof weer terug in het kraakbeen als de druk afneemt, echter bij een chronische overbelasting kan sprake zijn van een sterke productie van vrije radicalen. Deze vrije radicalen oxideren in de gewrichtsvloeistof de grote kraakbeenmoleculen waardoor het sponseffect afneemt; de vloeistof verdwijnt beetje bij beetje.

Het sponsachtige weefsel wordt droog en breekbaar en verliest zijn elasticiteit. De steeds terugkerende schokken en wrijvingen tasten het droge kraakbeen steeds meer aan en na verloop van tijd verdwijnt het. De botuiteinden worden dan niet langer beschermd en het bot zelf wordt aangetast en begint te vervormen.

Pijn

Het gevolg is pijn, die er de oorzaak van kan zijn dat er steeds minder lichamelijke activiteit wordt verricht en die lichamelijke activiteit is nu net noodzakelijk om de gewrichten soepel te houden.

Zo ontstaat een neerwaartse spiraal van degeneratie (veroudering en slijtage).

Er kunnen zich nog andere symptomen of verschijnselen voordoen zoals ontstekingen, vervormingen etc.

De reguliere medische aanpak is dan het voorschrijven van allerlei pijnstillers
en/of ontstekingsremmers en mede als gevolg van allerlei bijwerkingen van deze middelen ontstaat een soort “roller coaster” van medicijnen. Goed voor de farmacie maar niet goed voor de mens en/of dier.

De gangbare medische opvatting is dat artrose onomkeerbaar (dus niet te genezen) is en dat alles wat men kan doen is het vertragen van de ontwikkeling ervan.

Dat artrose onomkeerbaar is, is een misvatting!

Het voornaamste bestanddeel van kraakbeen is water. De rest bestaat uit het
bindweefselvezel collageen (lijmstof) en glycoproteïnen (suikereiwitten) die
voornamelijk zijn samengesteld uit polysachariden (meervoudige suikers).

Het gaat hierbij om grote moleculen die zijn samengesteld uit suikers en eiwitten, die het weefsel vormen waarin de vloeistof circuleert.

Kraakbeen wordt gevormd door de chondrocyten (kraakbeencellen) die ervoor moeten zorgen dat er genoeg kraakbeen aanwezig is en die het kraakbeen moeten zuiveren van te oud geworden collageen en glycoproteïnen.

Het ontstaan van artrose

Het ontstaan van atrose kan worden toegeschreven aan veroudering, telkens terugkerend letsel en voeding.

Om kraakbeen voortdurend te vernieuwen is één element van wezenlijk belang: silicium (kiezel).

Hoe ouder de mens en/of dier wordt, hoe moeilijker het wordt om silicium in het lichaam op te nemen en wat daar nog bijkomt is dat in de moderne voeding weinig opneembaar silicium aanwezig is.

Dat komt, naarmate de mens en/of dier ouder wordt, er steeds minder van een bepaald zuur aangemaakt wordt, dat nodig is om silicium in het lichaam te kunnen opnemen. Daardoor ontstaat een tekort aan silicium.

Aanmaken van collageenvezels

Silicium is echter van wezenlijk belang voor het aanmaken van collageenvezels die mede het kraakbeen vormen. Een tekort aan silicium betekent dus ook een tekort aan collageen en dat is nu juist de lijmstof die de moleculen van ons kraakbeen bijeen moet houden.

Silicium stimuleert de aanmaak van nieuwe botcellen en vertraagt de bot-desintegratie. Bovendien geeft silicium een boost aan het calcium- en vitamine D metabolisme.

Dit heeft eveneens tot gevolg dat fracturen beter en sneller genezen.

De opbouw van meer bindweefsel (meer collageen) heeft ten gevolge dat banden, kapsels en pezen sterker worden, alsmede ook het bot sterker wordt (grotere botdichtheid). Tevens is het bindweefselproteïne essentieel voor de flexibiliteit van het bot.

Botontkalking

Osteoporose is een botaandoening. Bij osteoporose is de hoeveelheid botweefsel en meestal ook de samenhang daarvan verminderd. Zodanig dat al bij een geringe belasting  skeletvervorming optreedt. Een belangrijke factor is de maximale botmassa. Die bepaalt of iemand op oudere leeftijd te maken zal krijgen met osteoporose fracturen.  Deze botmassa wordt tussen het twintigste en dertigste jaar bereikt. Na het bereiken van de maximale botmassa blijft de botmassa gedurende een aantal jaren stabiel, waarna een periode van botverlies aanbreekt.  Het grootste gedeelte van de preventie van osteoporose dient dan ook plaats te vinden in de eerste dertig levensjaren (bij paarden de eerste 7 jaren).

Behalve door genetische (aangeboren) factoren wordt de botmassa bepaald door lichamelijke activiteit en voeding. Naast calcium spelen ook fosfor, magnesium, borium, mangaan, zink, koper en silicium een belangrijke rol. Voldoende calcium in de voeding is zeer belangrijk.

Voor de opname van calcium speelt silicium een grote rol. Silicium functioneert als het ware als een transportmedium in het lichaam, waardoor het calcium beter opgenomen wordt en overal in het lichaam doordringt. Een soortgelijk effect zien wij bij het toedienen van een silicium houdende blad-meststof bij bijvoorbeeld de appelteelt. Het effect daarvan is dat er meer calcium in de appel terecht komt, met alle positieve gevolgen van dien.

De relatie tussen siliciumzuur en andere mineralen

Silicium heeft interacties met diverse andere mineralen, zoals calcium, magnesium, boor, fosfaat, zink en koper.  Bijna alle gegevens zijn van dier-studies afkomstig.

Emmerick et al (1990) toonden aan dat de toediening van extra silicium leidde tot een toename van koper en de koper gerelateerde effecten.

Najda et al (1992) zagen ten aanzien van koper soortgelijke resultaten.
Ook zagen zij een hogere ijzerconcentratie door de toediening van extra silicium, terwijl het zinkgehalte daalde. Een jaar later vonden zij dat de toediening van extra meta-silicaat leidde tot een daling van het magnesiumgehalte en een stijging van de calciumspiegel in het serum.

In het een artikel van Calcomme et al (1997) blijkt dat de toediening van biologisch opneembaar (gestabiliseerd) siliciumzuur leidt tot een matige verhoging van fosfor (P) en magnesium (Mg). Belangrijker is de calciumtoename: deze verliep evenredig met de toegenomen silicium-concentratie in het serum.

Seaborn en Nielsen toonden bij ratten aan dat silicium deficiënte voeding leidde tot een daling van mineralen in botweefsel, zoals calcium, koper, zink, kalium en fosfor.

McCrady (2003) toonde bij ratten aan dat siliciumsuppletie de calcium-, fosfor- en magnesiumconcentraties in de wervels en de schedel verhoogt.

Silicium en Alzheimer

Een hoge siliciumsuppletie kan het risico op het krijgen van de ziekte Alzheimer reduceren (American Journal of Clinical Nutrition). Ofschoon van silicium niet bekend is dat het een direct effect heeft op het functioneren van de hersenen, blijkt dat silicium aluminium bindt en er zorg voor draagt dat aluminium via de urine wordt afgevoerd. Aluminium is een zeer toxisch metaal dat een rol speelt bij de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie. Silicium gaat de accumulatie tegen van aluminium.

Interessant is de deelname van ruim 7.500 Franse vrouwen van 75 jaar en ouder  aan een studie. Bij deze studie was aan het begin een schatting gemaakt van de hoeveelheid geconsumeerde siliciumdioxide per dag. De hoeveelheid dus waaraan elke deelneemster aan de studie per dag via het drinkwater werd blootgesteld. Vrouwen die minder silicium houdend water innamen, bleken slechter te presteren. Dit in het kader van hun cognitieve functie. Dit alles in vergelijking tot vrouwen die een hogere dosis van het drinkwater innamen.

Een subgroep van de populatie werd gedurende een periode van 7 jaar gevolgd. Daarbij bleek de inname van de hoeveelheid silicium bepalend voor de mate van risico om de ziekte van Alzheimer te krijgen.

Veiligheidsaspecten

In jaren 2005 tot en met 2009 is door de European Food & Safety Authority (EFSA) gekeken naar de veiligheid, toxiciteit en toelaatbare hoeveelheden van silicium bij humane toepassingen. Uit deze studie werd duidelijk dat silicium in de vorm van silicaten en siliciumzuur volledig als veilig beoordeeld kan worden. Ook is gekeken of silicium voorkwam op enige dopinglijst. Dit bleek voor de mens niet het geval te zijn. Daarmee kan er van uit worden gegaan dat dit eveneens voor paarden geldt.

Silicium en de gezondheid van  uw paard

Het voorkomen en de behandeling van blessures met betrekking tot gewrichten van paarden die moeten presteren en aangezet worden tot het verrichten van grote inspanningen is een voortdurende strijd voor eigenaren van paarden en trainers.

Kreupelheid blijkt één van de voornaamste oorzaken te zijn dat het atletische vermogen van paarden afneemt of nooit tot volledige ontwikkeling komt.

Het reduceren van blessures is niet alleen een weldaad voor het dier, maar het
vertegenwoordigt ook een substantiële economische factor.

Met deze factoren in gedachte, is het voor eigenaren van paarden en trainers begrijpelijk dat zij continu op zoek zijn naar manieren om hun paarden gezond te houden.

De invoering van deugdelijke trainingstechnieken is een belangrijke manier om
blessures te doen verminderen, echter dat is in de praktijk gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Jonge paarden

In tegenstelling tot wat in z’n algemeenheid gedacht wordt, zijn er bijvoorbeeld
vele voordelen verbonden aan het trainen van paarden die voor wat betreft de
botstructuur nog niet volgroeid zijn.

Terwijl het jonge paard nog in de groei is, heeft het botweefsel het grootste vermogen om zo sterk mogelijk te worden. Hoewel het als zodanig niet wordt erkend, is het bot een zeer dynamisch weefsel dat continu bezig is zich aan te passen aan de krachten die erop worden uitgeoefend.

Indien de krachten die op de botstructuur worden uitgeoefend, toenemen, reageert het bot daarop door zelf sterker te worden, in het bijzonder wanneer het bot voldoende tijd krijgt om zich aan te passen, zonder dat het tot overbelasting leidt.

Indien de krachten die op het bot worden uitgeoefend verminderen, zal de botstructuur ook zwakker worden. Deze factoren benadrukken de problemen die het gevolg zijn van het stallen van paarden, zonder deze voldoende beweging en oefening te geven.

Juiste training

De vraag rijst hoe de juiste intensiteit en hoeveelheid training kan worden vastgesteld, zonder dat de botten van het paard beschadigd worden. Als gevolg van wetenschappelijke studies, komen er meer en meer antwoorden op deze vraag en kan uiteindelijk worden bepaald hoeveel trainingsarbeid nodig is om een botstructuur te optimaliseren. Voortdurend onderzoek naar de fysieke gesteldheid van het skelet van het paard zal tot een steeds beter begrip leiden.

Aangezien er nog steeds vele vragen overblijven ten aanzien van effectieve trainingsmethoden die tot minder blessures leiden, hebben eigenaren en trainers aanvullende manieren aanvaard om te gaan met de kreupelheid van het paard. respectievelijk het voorkomen van kreupelheid.

De combinatie van de fysieke gesteldheid van het skelet van het paard en diëten die  op wetenschappelijke gronden zijn samengesteld met het doel om niet alleen de vereiste ondersteuning te geven, maar ook zijn samengesteld op basis van eigenschappen die preventief de gezondheid van de botstructuur manipuleren.

Bio-opneembaar silicium bijvoorbeeld, is een essentieel mineraal waarvan
wetenschappelijk is vastgesteld dat dit een elementair onderdeel is van een
dieet waarmee voordelen te behalen zijn ten aanzien van de fysiologie van het
paard.

Silicium in de omgeving

Silicium is. zoals hierboven ook al is gezegd, is na zuurstof het meest voorkomende element op aarde. Het is een belangrijke basisstof voor zand. Siliciumdioxide, aanwezig in de kwarts kristallen van zand kan niet worden geconsumeerd door paarden, het is niet bio-opneembaar, waardoor het als voedingsmiddel nutteloos is.

Planten

Planten echter, gebruiken silicium om stevigheid te bewerkstelligen in hun celwanden. Via deze planten en via hun normale dieet krijgen paarden kleine hoeveelheden van dit noodzakelijke mineraal binnen, echter het lijkt zo te zijn dat in het voer dat via commerciële kanalen tot het paard komt, er steeds minder van dit bio-opneembare silicium beschikbaar is.

Ondanks de alom aanwezigheid in de natuur, is er verbazingwekkend weinig bekend van de voeding technisch belangrijkheid van silicium in het dieet voor zoogdieren. Dat gezegd hebbende, heeft het Amerikaanse Instituut voor Voeding enige tijd geleden hun gepubliceerde formules voor het doen van experimenten met knaagdieren met zuivere diëten geherformuleerd door de beslissing te nemen silicium als noodzakelijk nutriënt toe te voegen.

Deze verandering was het gevolg van een onderzoek dat aantoonde dat silicium tot interactie leidde met andere nutriënten met alle positieve mogelijke gevolgen van dien .

Silicium in bot en bindweefsel

De meeste mensen denken dat een bot primair gevormd wordt door de mineralen kalk en fosfor. Natuurlijk zijn er veel meer componenten die onderdeel uitmaken van het bot dan alleen deze twee elementen. Om te beginnen is het bot constant in beweging in de zin dat oude of beschadigde delen vervangen worden door nieuwe gezonde delen.

Silicium speelt een rol in de vorming van nieuw bot en het proces tot kalkvorming. Interessant daarbij is dat in het vroege stadium van kalkvorming, de hoeveelheden silicium en kalk laag zijn, echter bij het voortschrijden van het mineralisatie-proces nemen deze toe. Naarmate het bot echter ouder wordt en tot volledige volgroeiing is gekomen, neemt de concentratie aan silicium af, terwijl de hoeveelheid kalk hetzelfde blijft.

De exacte rol moet nog worden vastgesteld,

Echter het lijkt erop dat silicium met name van belang is bij het jonge nog in ontwikkeling zijnde paard en waarbij het skelet nog aan snelle verandering onderhevig is. Deze theorie waarbij silicium betrokken is in een vroeg stadium van botformatie wordt ondersteund door studies die zijn uitgevoerd op kippen. De kippen in die studies werden onderworpen aan een silicium arm dieet. Dit leidde tot een afwijkende botstructuur.

Terwijl de rol van silicium in het mineralisatieproces van botten benadrukt is,
blijkt silicium ook een belangrijke rol te spelen in de vorming van de collageen
matrix van botten en bloedvaten. De vorming van deze matrix is noodzakelijk om te voorkomen dat het bindweefsel broos wordt en gevoelig is voor beschadiging.

Indien er een tekort is aan silicium in de voeding, blijkt de vorming van de matrix beperkt; de gevolgen hiervan zijn zelfs groter dan die het gevolg zijn van het ontbreken van silicium bij het mineralisatie-proces. In de bindweefselstructuren van botten en bloedvaten, blijkt dat de vorming en groei  van het bot die ondersteund wordt door silicium met name een gevolg is van de toename van de concentratie aan collageen.

De vorming van glycosaminoglycanen, het voornaamste polymere molecuul van de botmatrix vereist ook silicium. Alweer, indien kippen werden gevoerd met een silicium deficiënt dieet, bleek dat de hoeveelheid collageen in de botten was gereduceerd. Ook was de hoeveelheid kraakbeen in de gewrichten gereduceerd in vergelijking met de kippen die via het voer extra silicium hadden gekregen.

Op moleculair niveau, is gebleken dat silicium aanwezig is in de mucopolysachariden en daar medeverantwoordelijk is voor de vorming van kraakbeen in de gewrichten en bindweefsel.

Daarmee is het een integraal onderdeel van het mucopolysacharide eiwitcomplex en wordt de vorming van collageen en bindweefsel door silicium gestimuleerd wordt.

Aanvullend silicium en paardeneigenaren

Ofschoon de “National Research Council”  in de U.S.A. niet een vereiste hoeveelheid aan silicium voor paarden heeft gespecificeerd, zijn de voordelen aangetoond door paarden aanvullend bio-opneembaar silicium te doseren. Als onderdeel van een groot dubbelblind onderzoek, werd een aanzienlijke teruggang in het aantal blessures geconstateerd. Dit onderzoek werd door de FDA begeleid en werd uitgevoerd bij voor races getrainde “Quarter Horses”. Hierin is bij de control groep silicium houdend voer toegediend op basis van het silicium houdende natriumzeolite.

Bron: Silicon and Equine Bone Health
Brian D. Nielsen and Kari E. Krick
Department of Animal Science, Michigan State University

 

De groep die niet het aanvullende silicium kreeg toegediend, had meer blessures en moest van de training worden verwijderd, dit in tegenstelling tot paarden die wel aanvullend silicium toegediend hadden gekregen. Van de drie groepen van paarden in de studie, die silicium hadden toegediend gekregen in de concentraties laag, midden en hoog, was het aantal blessures in verhouding minder dan bij paarden die geen silicium toegediend hadden gekregen.

Verder, konden de paarden die de midden- en hoge concentratie toegediend hadden gekregen, een raceafstand afleggen die bijna twee keer zo lang was, alvorens zich een blessure voordeed, ten opzicht van de groep die geen aanvullend silicium toegediend hadden gekregen.

Interessant daarbij is ook dat de groep die de middelste concentratie aan silicium had gekregen, over een gemiddelde race afstand, sneller liep, dan de “control” groep. Het is onwaarschijnlijk dat de toevoeging van zeolite deze paarden sneller maakte. Waarschijnlijk is wel dat de snelle paarden uit de middengroep beter bestand waren tegen de beproevingen van het racen. Deze paarden konden daardoor langer onderdeel konden uitmaken van de studie. Daarmee werd de gemiddelde snelheid van de groep verhoogd.

Daar komt bij dat snellere paarden in verhouding hun skelet meer belasten. Zonder toevoeging van silicium gaat dit meer gepaard met blessures. Waardoor in de control groep de langzame paarden overbleven.

Meer studies

Er zijn meer studies nodig om vast te stellen waarom het aantal blessures verminderden. Op de universiteit van Michigan toonden recente studies, met betrekking tot fokmerries, aan dat er sprake was van een toename van de concentratie van een voor botformatie kenmerkend aspect. Dit verschijnsel deed zich voor gedurende de eerste 45 dagen. Nadat de fokmerries de veulens hadden geworpen, en de toediening met silicium was begonnen.

Er was ook een afname geconstateerd in de bepalende factor met betrekking tot botresorptie bij jaarlingen op dag 45 nadat de suppletie was begonnen. Er is een overeenkomst bij het volwassen dier ten aanzien van botformatie en botresorptie. Met andere woorden, de hoeveelheid aanwezig bot blijft relatief hetzelfde.  Onderzoekers definiëren het resultaat als positief in termen van de gezondheid van het bot. Dit vonden zij in twee gevallen:
Zowel bij de toename van de bepalende factor voor formatie van bot, als bij de bepalende factor ten aanzien van de afname van resorptie.

Er zijn ook voordelen van silicium bij mensen bekend. Er is gemeld dat de botdichtheid van de dij bij vrouwen met osteoporose (zie ook hierboven) toegenomen was, na een inname van opneembaar silicium. De “National Osteoporosis Society” heeft recent een grote dubbel blind, placebo gecontroleerde klinische test gesubsidieerd. Dit om te bepalen of siliciumzuur een middel kan zijn voor de behandeling van osteoporose. Deze test is gedaan nadat een pilot studie bij vrouwen met osteoporose, in de postmenopauze, had aangetoond dat het toedienen van silicium de minerale dichtheid van botten met 3% verhoogde. Het exacte mechanisme voor het vergroten van botmetabolisme als gevolg van silicium moet nog worden vastgesteld.

Natriumzeolite als een bron voor silicium                                                      

 (Red.: Natriumzeolite is niet de basis voor het Cristobaliet van SilicaHorse)
Aangezien het aanwezig is in het graan en het voer dat paarden consumeren, kan silicium gekenmerkt worden als een normaal bestanddeel van het paardendieet. Het komt echter in de natuur voor als silica (SiO2). Indien silica kan worden gehydrateerd, wordt er mono-, di- en tri siliciumzuur gevormd. Deze siliciumzuren zijn goed opneembaar, dit in tegenstelling tot het silicium wat in de natuur voorkomt.

Hoe groot is het verschil in de praktijk?

In een recente studie met twee groepen kalveren, werden beide groepen gevoerd werden met een standaard melkoplossing. Groep I kreeg een goed oplosbaar siliciumzuur (te vergelijken met het cristobaliet van SilicaHorse) toegediend. Gedurende 7 weken was de dagelijkse inname van silicium via de voeding 360 mg. Slechts 17,5 mg werd aan het opneembare  toegediend. Aan het eind van studie werden de siliciumconcentraties in het bloed gemeten. De kalveren die het oplosbare siliciumzuur toegediend hadden gekregen, hadden een 70% hogere concentratie aan silicium. In tegenstelling tot de groep die geen silicium toevoeging had ontvangen.

Interessant daarbij was dat er ook een toename van collageen in de huid werd vastgesteld. Dit geeft weer ondersteuning aan de stelling dat silicium nodig is voor de vorming van collageen.

Op het moment dat afgeleide vormen van silicium in het lichaam omgezet zijn in siliciumzuur, kan het silicium geabsorbeerd worden via de dunne darm.
Natriumzeoliet is een natrium aluminiumsilicaat dat in de maag omgezet wordt in ortho-siliciumzuur. Terwijl andere zeolieten lijken te polymeriseren, waarbij elk siliciumatoom zich vastzet aan tenminste nog een ander siliciumatoom, is het zo dat in geval van het natrium aluminiumsilicaat het silicium atoom zich hecht aan aluminiumatomen.

Teveel aan aluminium

Het begeleidende aluminium is er verantwoordelijk voor dat de pH verlaagd wordt. Dit is op z’n beurt weer noodzakelijk, om het mono-siliciumzuur in tact te houden en te voorkomen  dat het polymeriseert. (Red.: Dit is ook het geval bij het proces, dat verantwoordelijk is, voor de totstandkoming van SilicaHorse) Indien silicium polymeriseert kan het niet langer geabsorbeerd worden. Er zijn zeker zorgen over een teveel aan aluminium in Zeolite. (Red.: is dus niet het geval bij SilicaHorse, want natriumzeolite is niet de basis voor SilicaHorse) Het bleek dat de paarden van 6 maanden oud, die het zeoliet hadden gekregen tot het moment dat zij het racen als 2-jarige hadden afgerond, alleen maar positieve resultaten  hebben gehad als gevolg van de suppletie.

Conclusie

Zal het toedienen van silicium alle blessures tijdens een training elimineren?
Het antwoord daarop zal zijn: neen! Hoewel het onderzoek dat tot dusver gedaan is, laat een grote afname in het aantal paardenblessures zien. Het onderzoek moet worden voortgezet. Dan kan verder worden  bepaald welke rol silicium speelt bij de gezondheid van botten en bloedvaten.

Op dit moment, kunnen wij concluderen dat, hoewel adequate training en goede voeding nog steeds nodig zijn. De suppletie van paarden met een bio-opneembare vorm van silicium lijkt echter een veelbelovende methode te zijn. Met name bij het helpen voorkomen van blessures bij paardenatleten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.